Pages Menu
TwitterRssFacebook
Categories Menu

Posted by on May 21, 2015 in Content, Inspiratie |

Social Enterprise: Willem&Drees

Social Enterprise: Willem&Drees

Regionale smaakmakers



Door: Suzanne Duijndam
In de supermarkt is er altijd volop keuze. Magere melk, halfvolle melk of volle melk. Tachtig soorten hagelslag, vijftig soorten brood. Maar ook tomaten uit Spanje of Italië, sinaasappels uit Marokko en aardbeien uit Frankrijk. Maar waarom kiezen we voor aardappels uit Duitsland, worst uit Engeland of kaas uit Frankrijk terwijl deze producten ook in Nederland gemaakt worden? Ik had een gesprek met Marieke Creemers, zij zorgt voor de communicatie bij Willem&Drees. Ze vertelde me alles over de onderneming, regionale keuzes en vooral waarom regionaal eten zoveel leuker en lekkerder is.

Willem en Drees

Willem en Drees


Hoe zijn Willem en Drees begonnen?
Drees ging appels kopen bij een kraampje langs de kant van de weg. De boer vertelde dat zijn appels voor het overgrote deel naar het buitenland werden vervoerd om daar verkocht te worden. In onze supermarkten hebben we ook een groot assortiment aan buitenlandse appels. Het is toch raar dat producten die bij ons in de buurt verbouwd worden, niet in diezelfde omgeving verkocht worden? Daarom zijn Willem en Drees in 2009 begonnen lokale producten naar supermarkten brengen.

Het idee om regionale producten ook lokaal aan te bieden heeft een lange aanloop gehad. We zijn begonnen met leveren aan supermarkten maar hebben altijd het idee gehad dat we veel meer kunnen vertellen over de producten en de leveranciers. Daarom zijn we begonnen met een online shop, welke sinds oktober 2014 bestaat. We willen het graag eenvoudig maken voor onze klanten, dus we kunnen de boodschappen thuis laten bezorgen en zorgen dat lokale producten verkrijgbaar zijn in de supermarkt.

En nu?
Nu zijn we een bedrijf dat vers eten van de Nederlandse boer bij de Nederlandse consument op tafel brengt. Het liefst zo lokaal mogelijk. We leveren groente en fruit aan supermarkten en we bieden eigenlijk alle verse producten online aan de consument aan. Alles wat er tijdens dat seizoen te verkrijgen is. Je kiest wat je nodig hebt en dat leveren wij dan in kisten aan jou. We vertellen het verhaal achter het brood dat je eet of het stukje kaas waarmee je het brood belegt. Ook leveren we aan catering en er zijn bedrijven die de boodschappen voor de lunch bestellen.

Merk je veel belemmeringen, werken met seizoensproducten?
Soms zien mensen het wel echt als een belemmering. De supermarkten hebben een bepaalde mate van consistentie van producten omdat deze over de hele wereld worden aangevoerd, wij hebben dat niet. Als het bijvoorbeeld nat is geweest op het land, dan komt het voor dat we geen spinazie kunnen leveren. Dat is niet altijd leuk, als je schap daardoor plotseling leeg is. Maar dat zien we altijd als een uitdaging. Ik vind het zelf wel heel leuk. Ik eet bijvoorbeeld nu geen tomaten meer. Niet omdat ik ze niet lekker vind, maar we hebben nu geen tomaten. Ik mis ze ook niet. Juist doordat niet alles verkrijgbaar is ben ik echt heel creatief gaan koken; letterlijk iets op tafel zetten met wat er uit je koelkast komt. Dat gaat heel natuurlijk.

Waarom denk je dat lokaal zo goed werkt?
Lokaal eten is nodig om de verbinding weer te herstellen met het eten op je bord. In de supermarkt weet je niet waar de producten vandaan komen. Daardoor voel je je ook niet  verantwoordelijk. Je weet het verhaal niet achter het product. Wij hangen er een naam en een verhaal aan. Als je bijvoorbeeld weet dat je een stukje vlees van de koe van Henk Huijgen eet, ga je er verantwoordelijker mee om. Maar ook andersom: De teler ziet dat de klant geniet van zijn eten. Je legt het echt bij de mensen zelf neer. Het maakt het niet alleen echter, maar ook leuker. Het is een verhaal en het leeft weer. Dat vinden mensen bijzonder. Wij kunnen ze verbazen en verwonderen door de verhalen te vertellen. Wij zien zelf Willem&Drees Appelsook de gekste dingen, bij schapen bijvoorbeeld. Veel schapen hebben gekleurde konten omdat ze gedekt worden door een ram met een verfblok onder zijn buik. De boeren kunnen aan de kleur zien wanneer het schaap gedekt is en daarop een planning maken wanneer ze gaan lammeren. We krijgen enorm leuke reacties op deze verhalen. Lokaal ook een stuk persoonlijker. Klanten hebben het gevoel dat ze gewoon kunnen aankloppen bij de boer van wie ze het eten in de kist hebben. En in feite is dat ook zo, het contact dat we hebben met onze telers en onze klanten is heel direct. Het voelt heel dichtbij om te weten wie er verantwoordelijk was voor de producten die je nu eet. Dat maakt het ook zo mooi.

Hoe geven jullie de boer een gezicht?
We geven de boer een gezicht door zo lokaal mogelijk te leveren en geven op al onze etenswaren aan bij wie en waar het vandaan komt. Op elke appel en elke komkommer staat wie hem geteeld heeft. We proberen echt zo lokaal mogelijk te leveren. Als je in Utrecht woont, dat je dan ook de producten uit Utrecht kunt kopen. Daarom is online zo fijn. Bij online bestellingen kun je het verhaal nog uitgebreider vertellen: je vindt een lijst met de telers en herkomst van je etenswaren bij je bestelling, maar krijgt ook altijd en kaart met een achtergrondverhaal. En je kunt ook zelf kiezen waar het vandaan komt. Als je bijvoorbeeld goede ervaringen hebt met een aardappelboer, dan kun je in het vervolg zo je aardappels van dezelfde boer bestellen. Andersom vinden we het contact belangrijk. We proberen altijd antwoord te geven op vragen die klanten hebben. Waarom bepaalde producten niet meer leverbaar zijn bijvoorbeeld. We hebben intensief contact met onze klanten, dat maakt het ook zo leuk. We zijn niet bang om het gesprek open te gooien, ook als we het zelf nog niet weten. We kunnen altijd verantwoorden waarom we iets doen, maar we hebben ook nog stippen op de horizon staan. Juist door het contact met de klanten krijgen we heel veel nieuwe ideeën en inzichten.

Is elke boer vrij om bij jullie aan te kloppen?
Ja, om aan te kloppen sowieso. We gaan graag langs om te praten over hoe zij de samenwerking zien en of de boerderij of werkplaats past bij ons verhaal. Natuurlijk is een keurmerk belangrijk bij die beslissing, maar het draait vooral om het gevoel. En dat hangt niet altijd samen met verantwoordelijkheid of diervriendelijkheid, maar ook met heel veel andere zaken. We gaan altijd in gesprek met iemand en dan op onderzoek uit wat er in de toekomst mogelijk is.

Hoe gaan jullie dan om met duurzaamheid, biologisch en diervriendelijkheid?
Biologisch is niet ons kernpunt, maar verantwoordelijkheid wel. Vaak gaan deze twee punten hand in hand. We willen graag dat het leuk blijft voor de boeren om mooie producten te maken. Om je hoofd boven water te houden is het niet noodzakelijk om massaproductie te maken, maar worden bepaalde keuzes wel heel moeilijk gemaakt. Omschakelen naar biologische teelt bijvoorbeeld is erg duur en tijdrovend. Drees zegt dit mooi: als je voor een dubbeltje op de eerste rang wilt zitten, gaat iemand uiteindelijk ook voor een dubbeltje op jouw eerste rang zitten. Dat is verbinding, het verband zien, het grote geheel. Zelf wil je ook niet dat iemand zegt: voor wat jij maakt, voor het werk wat jij doet, wil ik niet betalen. Maar doordat we het gezicht niet zien en het werk dat schuil gaat achter de appels op onze fruitschaal, zijn we toch geneigd die zo goedkoop mogelijk te willen hebben. Doordat je het verhaal weer kent, krijg je ook weer waardering voor wat een energie en liefde er in je eten wordt gestoken. Dan zie je weer wat het echt waard is. Duurzaamheid en diervriendelijkheid staan bij ons heel hoog in het vaandel, maar wel binnen de menselijke maat. We kijken altijd wat mogelijk is en wat er in de toekomst eventueel verbeterd kan worden. Zolang mensen ook niet-biologisch willen eten, kunnen we dat proces beter zo goed mogelijk maken. Daar geloven we allemaal heel erg in: denken vanuit de mogelijkheden. Niet vanuit de problemen in de voedselindustrie. We kunnen de boeren ondersteunen en helpen naar het punt waar zij graag willen zijn met onder andere milieu, diervriendelijkheid en biologisch telen. En vergeet niet dat boeren ook gebonden zijn aan de mogelijkheden die ze gekregen hebben.
FOTO: MARK PRINS
Wat is het plan?
We willen als bedrijf graag groeien. Het ideaal is dat wat we aan het doen zijn gewoon de standaard wordt. Dat mensen ons opmerken omdat we verantwoordelijk aan het ondernemen zijn. In de supermarkt is er nu heel veel keuze voor buitenlandse producten. Dat hoeft niet te verdwijnen want mensen moeten altijd kunnen blijven kiezen. Maar het aandeel van Nederlandse producten en het verhaal daarachter mag wat ons betreft een stuk groter worden. Dat we niet meer hoeven te vertrouwen op labels, maar dat wij als consumenten het verhaal achter ons eten weer in die mate kennen dat we weten waar we op kunnen vertrouwen. Maar ook voor de boeren, dat zij de waardering krijgen die ze verdienen.